VopakOp 5 augustus 2014 maakte het tankopslag bedrijf VOPAK in de Botlek melding van een ongewoon voorval. Bij de milieudienst DCMR komt ’s nachts de melding binnen dat uit opslagtank 201 aan de Moezelweg nafta-damp is vrijgekomen. De lekdetectie slaat al op 4 augustus rond 14.00 uur alarm. Pas 5 augustus 1 uur ’s nachts  (10 uur later) komt de eerste melding binnen bij de meldkamer van de DCMR milieudienst. 7 augustus, drie dagen na het incident, is er een gesprek tussen de VOPAK en de milieudienst. Dan pas wordt de volle omvang van het incident duidelijk. Er is 100 tot 150 ton nafta in de atmosfeer gekomen.

Klasse 0
Nafta is een zeer licht ontvlambare aardoliedestillaat. VOPAK heeft alleen vergunning voor de opslag van “Klasse 1 en 2” stoffen. Dus niet voor zeer vluchtige, brandgevaarlijke en giftige klasse 0 stoffen zoals sommige nafta’s. “De opslag zoals hierboven omschreven is in strijd met hetgeen is aangevraagd en vergund“, stelt het provinciebestuur in een brief aan het bedrijf – en – “U heeft daarmee voorschrift 1.1 van de revisievergunning van 15 juni 2007 overtreden“.  Duidelijke taal van de Provincie.

dcmr

Management
De milieu-inspecteurs van de DCMR constateren ook dat VOPAK onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de veiligheid en het management laat te wensen over. De milieudienst: “Als gevolg hiervan is ook de beheersing van de uitvoering onvoldoende geweest, hetgeen heeft geleid tot bovengenoemd incident.” (het weglekken van 150 ton nafta, red.). Ook meldde VOPAK het incident te laat, vindt de DCMR:  “Met een tijdsverloop van meer dan 10 uur tussen de eerste constatering en de melding heeft u niet voldaan aan uw plicht om ongewone voorvallen zo spoedig mogelijk te melden.”  (deze verplichting is vastgelegd in de wet milieubeheer en in de vergunning die werd verleend door de Provincie, red.). Incidenten (zogenaamde CIN-meldingen) dienen uiterlijk binnen 15 minuten worden gemeld en dus niet 10 uur later.

16 incidenten
Het provinciebestuur schrijft in een brief dat het personeel van VOPAK onvoldoende geïnstrueerd en voorbereid is. Er blijken in totaal 16 ongewone voorvallen te zijn geweest waarbij een te vluchtige stof uit de naastgelegen raffinaderij in een van de VOPAK tanks is afgelopen. ‘Eens te meer maakt dit duidelijk dat bij u (uw medewerkers) onvoldoende inzicht in en kennis van het productieproces bestaat” schrijft de provincie. Het bedrijf krijgt in februari 2015 een dwangsom opgelegd door de Provincie Zuid Holland met de opdracht orde op zaken te stellen (op straffe van € 20.000 per ‘overtreding’). De officier van justitie legt later in het jaar zelfs het werk stil met een voorlopige maatregel. Zowel de dwangmaatregel van de provincie als die van de officier van justitie worden teruggedraaid door de ‘kort geding’ rechter.  Justitie is direct in hoger beroep gegaan. Het grote probleem is dat het ook zeer ingewikkelde materie gaat, ook voor rechters. De zaak dient nu nog.

Vergunning
Intussen vraagt VOPAK in december vorig jaar een WABO-vergunning aan voor het mogen opslaan van klasse 0 stoffen. VOPAK vraagt, in de ogen van de milieuorganisaties, vergunning aan voor iets waar men al jaren ongeoorloofd mee bezig is. Namelijk het opslaan van stoffen waar nu geen vergunning voor is. Drie milieuorganisaties klimmen in de pen en verzoeken de Provincie om een Milieu Effect Rapportage en een zorgvuldige en degelijke afweging te maken voordat er een vergunning wordt afgegeven voor de opslag van dit soort stoffen. Men wijst hierbij ook op de diverse incidenten zoals de 150 ton nafta die op 4 augustus 2014 de atmosfeer in kwam. Het bestuur van de provincie Zuid Holland is nu aan zet. – wordt vervolgd -.

De zienswijze n.a.v. de vergunning aanvraag van VOPAK van Milieudefensie, de Milieufederatie en het Rotterdams Milieucentrum:
vopak.wabo.zw.def.3.rmc