In de ontwerp Structuurvisie Stadshavens  staat duurzaamheid voorop. Het Rotterdams Milieucentrum (RMC) reageert op het ontwerp met een zienwijze. 
>>>

1_-bouwen

Stadshavens is een aaneenschakeling van havens – en haventerreinen. Het gaat om vier gebieden: Merwe – en Vierhavens, de Rijn – en Maashaven, de Waal – en Eemhaven en het RDM-terrein en Heijplaat. Eigenlijk zes havens en de terreinen van en rond de oude scheepswerf RDM. Het is een gebied vol mogelijkheden voor bedrijvigheid en wonen. Een gebied ook vol nostalgie voor de Rotterdammers die er met duizenden hebben gewerkt op schepen, in de havens en scheepswerven.

Het Rotterdams Milieucentrum schrijft in haar reactie op de plannen er op te hopen dan dat er bij de uitwerking van de plannen een goed evenwicht gevonden wordt tussen het behoud van het historische havenerfgoed, verbetering van het milieu, groen, duurzaam wonen en nieuwe en nog bestaande bedrijvigheid.

Duurzaamheid
De gemeente Rotterdam zet in de Structuurvisie duurzaamheid voorop. Het RMC stelt in haar reactie dat het nog een forse opgaaf wordt om het evenwicht tussen al de verschillende functies en de duurzaamheid binnen Stadshaven overeind te houden als je kijkt naar de plannen en doelstelling tot 2040:

– 3,85 miljoen TUE *) containeroverslag
– 990.000 m2 commercieel vastgoed
– 320.000 m2 voorzieningen
– 13.500 extra woningen.

*) = 1 TEU is een container van 20-voet lang, 8-voet breed en 8-voet hoog

Evenwicht
De in maart vorig jaar vastgestelde Crisis en herstelwet laat een transitieperiode of overgangsperiode van 10 jaar toe. ‘Vrij vertaald’ kunnen in deze periode bedrijvigheid, havenactiviteiten en wonen naast elkaar worden ontwikkeld. 10 jaar is te lang stelt het RMC, omdat de geplande toename van de containeroverslag, de huidige – en nieuwe bedrijvigheid en de nieuwe woongebieden elkaar fors in de weg kunnen gaan zitten moet je de problemen sneller aanpakken en oplossen.

Wie blijft het volgen?
De vraag die RMC in haar brief stelt is wie de ontwikkeling van Stadshavens (dat zich uitspreid over enkele tientallen jaren tot 2040), kritisch zal blijven volgen en toetsen aan haar oorspronkelijke duurzame uitgangspunten? In het plan voor Stadshavens wordt dat nog niet erg duidelijk.

Gevaarlijke stoffen
Een punt van zorg van het RMC is de toename van de op – en overslag van gevaarlijke stoffen in Stadshavens. Er moet voorkomen worden dat wonen en nieuwe bedrijvigheid te dicht op op – en overslaglocaties van gevaarlijke stoffen wordt gesitueerd. Het RMC heeft hier uiteraard incidenten als in Moerdijk in het achterhoofd.

In de Structuurvisie wordt tevens uitgegaan van een verdubbeling van het risico in de Eemhaven. Hierbij gaat het niet alleen om de op -, en overslag van gevaarlijke stoffen maar ook dat de kans op incidenten met gevaarlijke stoffen toeneemt door het vrijkomen van toxische gassen bij het openen van containers. Uit onderzoek en metingen blijkt dat tussen 10% en 15% van de containers bij opening te hoge concentraties bevatten van toxische gassen en producten die de gezondheid zwaar kunnen schaden.

Mobiliteit
De mobiliteit is in in de ontwerp visie over de Stadshavens een belangrijk thema. De gemeente schrijft in haar plan dat de luchtkwaliteit binnen de Europese normen dient te worden gehouden. Duurzame mobiliteit is daartoe de oplossing, aldus de gemeente. Maar is dit realistisch? Vraagt het RMC zich af. Transporten van containers, goederen uit de havens, het vervoer van nieuwe bewoners en werknemers schuiven in het gebied straks letterlijk vlak langs elkaar heen. De gemeente wil tevens een stapsgewijze ´transporttransitie´ van wegverkeer naar binnenvaart en het spoor. Het transport van per vrachtwagen wordt daarom stap voor stap afgebouwd.

Het RMC is blij met de keus duurzame vormen van vervoer en de intentie om vooraf te investeren in de bereikbaarheid per openbaarvervoer over spoor en water met Park & Ride voorzieningen aan de randen van het gebied. Er komt ook een duidelijke keus voor de fiets – en de voetganger. De keus voor het Openbaar Vervoer, de fiets, te voet en elektrisch vervoer zou direct gemaakt moeten worden bij de keus van mensen voor een huis of bedrijf in Stadshavens. Oftewel een keus voor Stadshavens is een keus voor duurzame mobiliteit.

Toekomstvisie
De ontwikkeling van Stadshavens vergt een visie op de toekomstige ontwikkeling van bouwen, bedrijvigheid, mobiliteit (met containervervoer en scheepvaart in het bijzonder), industrie en de energievoorziening tot 2040 en erna. Dat is moeilijk want het dilemma is natuurlijk dat niemand de toekomst echt kan voorspellen. In de Structuurvisie wordt uitgegaan van aannames over toekomstige ontwikkelingen. Daarom zal er sprake moeten zijn van flexibiliteit in het proces, een constante bijstelling van de plannen inspelend op de actuele innovatieve en duurzame ontwikkelingen om zo het beste uit ‘de markt’ te halen. Bouw dus flexibiliteit in bij de uitvoering van de plannen met als doel om steeds een optimale en meest duurzame oplossing te bereiken voor bouwen, energievoorziening, mobiliteit, haven en industrie, schrijft het RMC.

Pioniers
Ook worden, volgens de gemeente, pioniers erg belangrijk. Jonge creatieven moeten aan de slag kunnen in de Merwe- en de Vierhaven. CO2 – neutraal drijvend bouwen en stadslandbouw kunnen hier ontwikkeld worden. Kunstenaars, jonge architecten, stadslandbouwers worden hier min of meer voor uitgenodigd. Een goede ontwikkeling die Rotterdam zeker op de ‘duurzame kaart’ zal zetten als innovatieve stad. Pioniers zijn nu eenmaal hard nodig om zaken in een stroomversnelling te brengen en/of vlot te trekken. Maar, stelt het RMC in haar brief: Geef die pioniers wel echt ook de kans hun duurzame plannen verder te realiseren. In de praktijk merkt RMC dat initiatieven soms verzanden in ambtelijke molens, regelgeving en het ontbreken van of te ingewikkelde financieringsmogelijkheden.

Groen
Groen is, staat in de visie, een van de oplossingen voor het binnen de norm houden van de luchtkwaliteit. Maar onderzoek wijst uit dat groen maar een zeer beperkt positief effect heeft op de luchtkwaliteit, stelt het Milieucentrum in haar reactie. Dus daar kun je niet alle ´kaarten opzetten´.

Groen is natuurlijk wel een belangrijke vestigingsfactor voor mensen, groen is en blijft belangrijk voor zowel de beleving van het gebied door en het welbevinden van mensen, ook dat wijst onderzoek uit. En groen speelt natuurlijk een rol in de reductie van CO2, de ontwikkeling van de stadsnatuur en onze lokale biodiversiteit.

De in de visie aangekondigde nieuwe ecologische groenstructuur voor Stadshavens juicht het RMC dan ook toe maar zou moeten aanhaken bij de nog uit te voeren ecologische stadsstructuur in de rest van Rotterdam. Ook pleit het RMC ervoor dat bestaande groenstructuren in het gebied moeten worden behouden. Als voorbeeld noemt zij het karakteristieke groen op het Quarantaineterrein (RDM – Heijplaat) dit zou in tact moeten blijven (mede als onderdeel van het behoud van cultureel havenerfgoed). Benut het groen daar als uitvalsbasis naar nieuwe groene structuren in het RDM-gebied en natuurvriendelijke oevers. Ook roept het Milieucentrum op om bestaande groenstructuren en volwassen bomen in heel Stadshavens te benutten. Het zou goed zijn de groenstructuren en ecologische waarden in het gebied eens goed door de Stadsecoloog in kaart te laten brengen.

Cradle to Cradle
In de Structuurvisie wordt Cradle to Cradle (C2C) genoemd (afval = voedsel vertaald van wieg tot wieg…red.).

Cradle to Cradle is veel breder toepasbaar dan alleen op hergebruik van bestaande materialen en producten (zoals nu wordt omscrheven in de visie). Met Cradle to Cradle zijn ook nieuwe materialen en producten te ontwerpen en ontwikkelen die kunnen worden teruggebracht in de biologische of technische kringloop. Cradle to Cradle is ook toepasbaar op het ontwerp van gebouwen of (industriele) landschappen en gebieden. Een van de beide bedenkers van Cradle to Cradle is een architect (William Mcdonough). Het principe afval = voedsel is dus breder toepasbaar dan hergebruik van bestaande materialen. Ook op de inrichting van het gebied en de gebouwen. Het project Stadshavens zou een belangrijk Cradle to Cradle icoonproject kunnen worden, veel breder dan in de ontwerp structuurvisie wordt omschreven. Het Rotterdams Milieucentrum stelt voor voorstel om de bedenkers van Cradle to Cradle Michael Braungart en William Mcdonough volop te betrekken bij de uitwerkingsplannen om zoCradle to Cradle volledig onderdeel te laten worden van Stadshavens.

Websites
Stadshavens Rotterdams
Rotterdams Milieucentrum

Documenten:
Structuurvisie Stadshavens

Zienswijze Rotterdams Milieucentrum:


textZienswijze.stadshavens

Geef een reactie